Belgisch genootschap voor internationaal recht - Société belge de droit international

Statuten

Gecoördineerde statuten

batch-books-document-357514.jpg

BELGISCH GENOOTSCHAP VOOR INTERNATIONAAL RECHT (B.G.I.R.)

 

SOCIÉTÉ BELGE DE DROIT INTERNATIONAL (S.B.D.I.)

 

Internationale vereniging zonder winstoogmerk

 

Opgericht onder de vorm van een internationale

vereniging met wetenschappelijk doel

 

Egmontstraat 11

1000 BRUSSEL

 

RPR 0417.049.916 Brussel

 

-------------------------------

Gecoördineerde statuten

-------------------------------

 

 

 

Wettelijke basis

 

Artikel 1. Overeenkomstig de [Belgische wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in het bijzonder de artikelen 46 en volgende daarvan], wordt een internationale vereniging opgericht [die een niet-winstgevend doel van internationaal nut nastreeft, hetzij een internationale vereniging zonder winstoogmerk (I.V.Z.W.), met de naam « Belgisch Genootschap voor Internationaal Recht (B.G.I.R.) – Société belge de Droit international (S.B.D.I.) ».

 

Zetel

 

Art. 2. De zetel van het genootschap wordt gevestigd [in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest] en voor het eerst op de zetel van de Universitaire Stichting, Egmontstraat 11 te [1000] Brussel. Hij kan, binnen de grenzen van het voornoemde [gewest] verplaatst worden door de raad van bestuur.

 

[Doel en werkingsmiddelen]

 

Art. 3. Het genootschap stelt zich tot doel, in een geest van wetenschappelijke objectieviteit, bij te dragen tot de vooruitgang van het internationaal recht en een permanent contact te onderhouden tussen allen die in België en in het buitenland belangstelling voor deze rechtstak betonen.

 

Art. 4. Het genootschap zorgt voor de publicatie van het Belgisch Tijdschrift voor Internationaal Recht – Revue belge de Droit international. Het kan, in het kader van zijn [doel], meer bepaald conferenties, samenkomsten, wetenschappelijke colloquia of studiedagen organiseren, beurzen en wetenschappelijke prijzen instellen of beheren. Het genootschap kan betrekkingen aanknopen met Belgische of buitenlandse instellingen die doeleinden nastreven die vergelijkbaar zijn met de zijne. Het genootschap zal alle verrichtingen kunnen stellen die de verwezenlijking van zijn doel kunnen bevorderen.

 

Leden

 

Art. 5. Het genootschap bestaat uit effectieve leden, toegetreden leden, ereleden en beschermende leden.

 

Art. 6. Mogen effectief lid worden, Belgische of buitenlands natuurlijke personen of rechtspersonen die een specialisatie op het vlak van het internationaal recht kunnen aantonen. Het aantal effectieve leden is onbeperkt, maar mag niet lager dan drie zijn.

 

Art. 7. Mogen toetredend lid worden, Belgische of buitenlands natuurlijke personen die belangstelling betonen voor het internationaal recht. Hun aantal is onbeperkt.

 

Art. 8. De titel van erelid kan door de raad van bestuur toegekend worden aan natuurlijke personen die op een eminente wijze bijgedragen hebben tot de vooruitgang van het internationaal recht.

 

Art. 9. De titel van beschermend lid kan door de raad [van beheer] toegekend worden aan gelijk welke natuurlijke personen of rechtspersoon die de activiteit van het genootschap op een uitzonderlijke wijze steunt.

 

Art. 10. Het staat de leden vrij zich te allen tijde uit het genootschap terug te trekken door hun ontslag schriftelijk aan de raad van bestuur mee te delen.

Het lid dat de door hem verschuldigde bijdrage niet betaalt, wordt geacht ontslag nemend te zijn, drie maanden na het hem in een ter post aangetekende brief daartoe gedane verzoek.

De uitsluiting van een lid om dringende redenen kan slechts door de algemene vergadering uitgesproken worden, met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden, nadat het lid in kwestie persoonlijk of via zijn vertegenwoordigers gehoord werd.

Het ontslag nemend of uitgesloten lid en de rechthebbenden van een ontslag nemend, uitgesloten of overleden lid kunnen geen enkel recht doen gelden op het vermogen van het genootschap en kunnen de terugbetaling van de bijdragen of prestaties die ze betaald of geleverd hebben niet eisen.

 

[Algemene vergadering]

 

Art. 11. De algemene vergadering is samengesteld uit alle wekende leden en ereleden. De raad van bestuur kan er eveneens de toegetreden leden en beschermende leden uitnodigen, met adviserende stem.

De [algemene] vergadering heeft de meest uitgebreide bevoegdheden voor het verwezenlijken van het [doel] van het genootschap, binnen de door de wet vastgestelde grenzen.

Tot haar bevoegdheid behoren:

1. de benoeming en afzetting van de beheerders;

2. het onderzoeken van het verslag van de raad [van beheer];

3. de jaarlijkse stemming over de budgetten en de rekeningen, de kwijting aan de beheerders [en, in voorkomend geval, de benoeming van de commissaris];

4. de wijziging van de statuten;

5. de ontbinding van de vereniging, de benoeming van de vereffenaars en het bepalen van de bestemming van het vermogen van het genootschap [na afloop van] de vereffening;

6. de uitsluiting van een lid [...];

7. de stemming over alle andere vragen die haar door de raad van bestuur zullen voorgelegd worden.

 

Art. 12. De [algemene] vergadering wordt bijeengeroepen door de voorzitter van de raad van beheer. De leden kunnen er zich laten vertegenwoordigen door een ander werkend lid of erelid. Een lid mag niet meer dan drie volmachten bezitten.

[Ieder jaar moet minstens één algemene vergadering gehouden worden, in de loop van de maand december].

De raad van beheer kan bovendien, telkens hij dat nodig acht, een buitengewone algemene vergadering bijeenroepen. Hij moet de algemene vergadering bijeenroepen wanneer één vijfde van de werkende leden het vraagt. Insgelijks moet elk voorstel, ondertekend door één vijfde van de werkende leden, op de agenda gebracht worden.

De oproepingen gebeuren door middel van een schriftelijke mededeling of via e-mail, verzonden minstens acht dagen voor de bijeenkomst van de algemene vergadering. Ze vermelden de agenda.

 

Art. 13. De [algemene] vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van beheer of, in geval van verhindering, door de oudste ondervoorzitter. De beraadslaging gebeurt in het Nederlands en het Frans.

De besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde werkende leden en ereleden, behoudens de [door de wet of] de statuten voorziene uitzonderingen. De onthoudingen worden gelijkgesteld met afwezigheden. In geval van staking van stemmen wordt het voorstel als verworpen beschouwd.

 

[Art. 13bis. De besluiten van de algemene vergadering worden opgenomen in notulen, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en ingeschreven in een speciaal register dat op de zetel van het genootschap bewaard wordt.

De besluiten kunnen eventueel ter kennis van de leden of belanghebbende derden gebracht worden, door middel van een brief via de post, via e-mail of mondeling door de voorzitter.

Uittreksels in en buiten rechte over te leggen, worden ondertekend door de voorzitter van de raad van bestuur of door twee bestuurders.

Iedere statutenwijziging dient bekendgemaakt te worden zoals gezegd in artikel 51, § 3 van de wet van 27 juni 1921].

 

[Raad van beheer]

 

Art. 14. Het genootschap wordt bestuurd door een raad [van beheer], bestaande uit [minstens zes leden]. Minstens [twee derde] van de beheerders zijn Belg en verblijven in België. Voor deze laatsten zal rekening gehouden worden met de taalpariteit.

 

Art. 15. De beheerders worden door de algemene vergadering met geheime stemming verkozen onder de werkende leden of ereleden van het genootschap, voor een termijn van vier jaar. Zij zijn herbenoembaar. Hun mandaat kan door de algemene vergadering herroepen worden.

 

Art. 16. Onder de beheerders benoemt de algemene vergadering:

a)         een voorzitter;

b)         twee ondervoorzitters;

c)         een secretaris-generaal, een

penningmeester;

d)         de directeur van het Belgisch Tijdschrift

voor Internationaal Recht is de adjunct-directeur.

 

Art. 17. Voor de publicatie van het tijdschrift wordt gezorgd door de raad van beheer van het genootschap.

De directie op wetenschappelijk en redactioneel gebied wordt toevertrouwd aan de directeur van het tijdschrift, geholpen door een adjunct-directeur en een redactiecomité, benoemd door de raad van bestuur. Er zal toegezien worden op het behoud van het taalevenwicht binnen dit comité, waarvan de directeur van het tijdschrift en de adjunct-directeur van rechtswege leden zijn. Er zal regelmatig verslag uitgebracht worden aan de raad van bestuur.

De directeur en de adjunct-directeur vertrouwen aan een secretariaat de dagelijkse taken toe (briefwisseling met de auteurs, het lezen en verbeteren van manuscripten, het lezen en verbeteren van drukproeven, de betrekkingen met de uitgever of de drukker voor alles wat de redactie van het tijdschrift betreft, de betrekkingen met derden voor alles wat de recensies van werken en de uitwisseling betreft). Er zal toegezien worden op het behoud van het taalevenwicht binnen het secretariaat.

 

Art. 18. De algemene vergadering duidt, op voorstel van de raad van beheer, een wetenschappelijke raad aan die zal toezien op de hoge kwaliteit van de activiteiten van het genootschap, in het bijzonder van het [tijdschrift]. Met dat doel komt de wetenschappelijke raad minstens één keer per jaar bijeen om zijn advies te geven over de algemene wetenschappelijke oriëntatie van het tijdschrift en de inhoud van ieder nummer, voordat het gedrukt wordt. Hij formuleert alle voorstellen betreffende de te behandelen thema's en de te contacteren medewerkers.

De voorzitter van de raad van beheer zit de wetenschappelijke raad voor.

 

Art. 19. De raad van bestuur komt bijeen op beslissing van de voorzitter of op verzoek van

[twee] leden van deze raad.

De besluiten van de raad [van beheer] worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen; in geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

In geval van verhindering van de voorzitter worden zijn taken verricht door de oudste van de ondervoorzitters of, bij ontstentenis daarvan, door de andere ondervoorzitter of de oudste van de aanwezige beheerders.

De besluiten van de raad van beheer worden in de vorm van notulen bewaard in een register en ondertekend door de voorzitter en een beheerder. Dit register wordt bewaard op de zetel van het genootschap, waar alle leden er inzage van kunnen nemen, zonder het register evenwel te verplaatsen, alsook van de rekeningen, budgetten en het verslag van de raad van beheer.

De raad [van beheer] heeft de meest uitgebreide bevoegdheden voor het besturen en beheren van de vereniging, binnen de door de wet [en de onderhavige statuten] vastgestelde grenzen.

 

[Art. 19bis.] Alle akten die de vereniging verbinden worden, behoudens bijzondere volmacht, ondertekend door twee bestuurders die tegenover derden niet van [hun] bevoegdheden moeten doen blijken.

Het recht om in rechte op te treden, zowel als eiser als als verweerder, voor gelijk welke rechter, wordt uitgeoefend op vervolging en benaarstiging van de voorzitter of, in geval van verhindering, door een ondervoorzitter.

 

Art. 20. De secretaris-generaal wordt belast met het dagelijks bestuur van het genootschap, met gebruik van de aan dit bestuur verbonden handtekening van het genootschap. Het omvat de bevoegdheid om bankrekeningen te openen en te sluiten [...], te beschikken over de tegoeden van deze rekeningen voor een onbeperkt bedrag, alle betalingen te verrichten en te ontvangen en er kwijting voor te geven, alle legaten en schenkingen te aanvaarden en voorlopig te ontvangen, alsook alle subsidies en toelagen.

Hij wordt bovendien belast met het opstellen van de notulen van de raad [van bestuur] en de algemene vergadering, de briefwisseling en het bewaren van de archieven.

De zetel van het secretariaat kan gevestigd worden op een andere plaats dan bedoeld in artikel 2.

 

Bestaansmiddelen

 

Art. 21. De bestaansmiddelen van het genootschap bestaan uit de inkomsten van zijn goederen, de bijdragen van de leden, giften, subsidies en toelagen van overheden en privéinstellingen, de opbrengsten van liberaliteiten en vergoedingen voor verleende diensten. Ze worden hoofdzakelijk en bij voorrang gebruikt voor het financieren van het tijdschrift van het genootschap.

Het bedrag van de bijdragen wordt voorgesteld door de raad van bestuur en vastgesteld door de algemene vergadering.

 

Art. 22. Het boekjaar vangt aan op één januari en eindigt op eenendertig december van ieder jaar.

 

Art. 23. Er wordt een boekhouding van de ontvangsten en uitgaven gehouden [, volgens de regels voorzien in artikel 53 van de wet van 27 juni 1921 en zijn uitvoeringsbesluiten].

De boekhoudkundige stukken worden bewaard op het secretariaat en worden, zonder verplaatsing, overgelegd aan een door [de algemene vergadering] aangeduide commissaris.

 

Statutenwijziging, ontbinding en vereffening van het genootschap

 

Art. 24. Het genootschap is voor onbepaald tijd opgericht.

Over een statutenwijziging kan de algemene vergadering alleen op geldige wijze beraadslagen en besluiten wanneer het voorwerp ervan speciaal vermeld wordt in de oproeping en wanneer de vergadering minstens twee derde van de leden verenigt. Een wijziging kan alleen worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de stemmen.

Wanneer de wijziging evenwel betrekking heeft op een van de [doeleinden] waarvoor de vereniging is opgericht, kan zij alleen geldig worden aangenomen met eenparigheid van stemmen van de op de vergadering aanwezige leden.

Ingeval op de eerste vergadering minder dan twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan een tweede vergadering worden bijeengeroepen, die kan beraadslagen en besluiten, ongeacht het aantal aanwezige leden [...].

 

[Art. 25. De algemene vergadering kan de ontbinding van de vereniging alleen uitspreken onder dezelfde voorwaarden als die welke betrekking hebben op de wijziging van het doel of de doeleinden van de vereniging.

 

Art. 26. In geval van ontbinding wordt de bestemming van het actief vastgesteld door de algemene vergadering of door de vereffenaars. Ze zal zoveel mogelijk overeenkomen met het onbaatzuchtig doel waarvoor de vereniging is opgericht.

Het actief kan evenwel slechts worden aangewend na aanzuivering van het passief.

 

Algemene bepaling

 

Art. 27. Voor al wat niet in de onderhavige statuten voorzien is, wordt verwezen naar de bepalingen van de wet van 27 juni 1921, in het bijzonder van de artikelen 46 en volgende daarvan.

De bepalingen van de onderhavige statuten die daar strijdig zouden mee zijn, worden geacht niet geschreven te zijn.]

 

 

* * *